

zonsopkomst boven Den Haag gezien vanaf de Vulkaan,
september 2003 (© Vincent van der Spek)
inleiding
Professor
L. Tinbergen trok in 1948 de volgende conclusie: 'De zeewaartse
trek over het binnenland schuift als een heel breed front over
het land. Dit is ieder herfstseizoen vast te stellen. Op dezelfde
manier als bij Den Haag zal hij dus ook op andere plaatsen aan
de Hollandse kust vogels toevoegen aan de trekkersstroom langs
het zeeduin. Dit verklaart, waarom deze laatste stroom (ten
zuiden van Den Haag) ten slotte zo buitengewoon sterk wordt'.
Medio jaren tachtig kregen enkele op dat moment actieve vogelaars
door dat in Den Haag in het najaar indrukwekkende landvogeltrek
plaats heeft. Zij probeerden verscheidene duintoppen in het
Westduinpark uit, en na een paar jaar bleek niet de hoogste,
maar de op één na hoogste duintop (31 m) de beste, gelegen aan
het einde van de Savornin Lohmanlaan; deze duintop heeft een
gunstiger uitzicht op de zeereep. Door de vorm doopten zij de
top 'de Vulkaan'.
Vooral in het najaar is de trek vaak interessant, omdat er dan
stuwing is. Toch wordt er vrijwel het gehele jaar geteld, al
is het slechts een enkeling die de moeite neemt om in de maanden
januari, februari, juni, juli en december de weg naar de post
af te leggen.
De beste periode is doorgaans half augustus tot en met half
november, al zijn er soms goede dagen in april en mei en kan
de trek tijdens vorst in de winter erg indrukwekkend zijn.
De kustlijn loopt van zuidwest naar noordoost en dus staat zuidoostelijke
wind haaks op de kust; dit is doorgaans de meest gunstige wind,
maar iedere wind tussen noordoost en zuidwest kan goede trek
opleveren. In de regel is kracht 3 - 5 Bft het gunstigst en
is regen meestal ongunstig. De meeste vogels worden in de eerste
drie uur na zonsopkomst geteld, maar bij zonnig weer vindt er
door de thermiek 's-middags ook vaak nog roofvogeltrek plaats,
waarbij de Sperwer de algemeenste soort is.

Sperwer,
Vulkaan, Den Haag, november 2003
(© Vincent van der Spek)
De
algemeenste zangvogels kunnen vaak in duizendtallen per dag
worden waargenomen, waarbij vooral de aantallen van Graspieper,
Veldleeuwerik, Spreeuw, Koperwiek, Kramsvogel en Vink hoog uit
kunnen vallen.
In totaal zijn er in vanaf de Vulkaan en in het Westduinpark
ongeveer 290 soorten waargenomen.
Het
uitzicht op zee zorgt ook voor de nodige zeevogels op de lijst
van waargenomen soorten. Zo worden er bijvoorbeeld regelmatig
Jan van Genten en Kleine Jagers geteld, en zijn zelfs IJsduiker,
Vale Pijlstormvogel, Stormvogeltje en Rosse Franjepoot waargenomen.
Doordat
de coördinatie in het verleden niet altijd even soepel verliep,
is er grote achterstand opgelopen met het verwerken van deze
gegevens, maar gelukkig is er de laatste twee jaar het een en
ander verbeterd. Sinds er fanatiek geteld wordt, zijn de volgende
verslagen verschenen: 1984, 1985, 1986 1987 en 1990 in zijn
geheel en over 1995 verscheen een verslag van de maanden september,
oktober en november. Sinds 2004 worden de tellingen ingevoerd
in de landelijke database van de website www.trektellen.nl.
Hier zijn allerlei interessante gegevens uit te halen, zoals
aantallen, doortrekpieken in grafieken, fenologie enz. Deze
database is echter geen vervanging van een echt verslag. Sinds
najaar 1999 worden de belangrijke dagaantallen, de interessante
soorten en enkele seizoenstotalen ook weergegeven in de waarnemingenrubriek,
die aanvankelijk verscheen in kwartaalblad 'de Wulp' van de
Haagse Vogelbescherming, maar die sinds 2001 alleen via deze
website op te vragen is. Het moge duidelijk zijn dat ook deze
rubriek geenszins een vervanging van een verslag is.
|